Milieu

Gedurende zijn hele 125-jarige bestaan heeft de Heidemij natuurlijk altijd al ‘iets’ gehad met Het Milieu. Denk aan de vele projecten op het gebied van de grondverbetering, ruilverkaveling, waterhuishouding, dijkverzwaring enzovoorts. De mensen die zich ermee bezig hielden waren vooral bodemkundigen; de afdeling waarvoor zij werkten heette Grond & Water. Om het ook toen al innovatieve karakter van de organisatie aan te geven: er was in die tijd een afdeling Speurwerk, een veelzeggende benaming in dit licht.
Deze afdeling begeleidde de veldwerkers tijdens een project, met name op het gebied van de veiligheid. De chemische vervuiling van grond was destijds nog nauwelijks een aandachtspunt, maar toen dit veranderde konden zij daar dankzij hun kennis van grond en water snel op inspelen.

Eind jaren zeventig legde de Heidemij het accent van haar bezigheden steeds meer op de zorg voor ons leefklimaat. In die context ontstond de sector Milieutechniek, binnen het toenmalige Adviesbureau Arnhem. De afdeling groeide en kende al snel een dertigtal medewerkers. In een Heidemij-uitgave uit die tijd valt te lezen dat het werk van de nieuwe sector vooral bestond uit inspelen op toekomstige activiteiten, zoals het maken van milieubeleidsplannen en afvalplannen voor provincies, gewesten en gemeenten; integrale milieuadvisering en vergunningverlening aan bedrijfsleven en industrie en het uitvoeren van allerlei effectstudies, denk aan de berging van baggerspecie en havenslib voor bedrijven als de Hoogovens en het Havenbedrijf Rotterdam. Dat die specie/slib niet zelden vervuild was, leidde ertoe dat Heidemij-medewerkers steeds vaker aan het pionieren en ‘Willy Wortelen’ sloegen op zoek naar oplossingen voor de steeds breder wordende klantenkring. Een sprekend voorbeeld daarvan is de amphirol, die in Rotterdam bijdroeg aan de oplossing van het slibprobleem.

Omdat er onvoldoende berging was voor de grote hoeveelheid slib die werd opgebaggerd, ‘dokterden’ de Heidemij’ers een systeem uit waarbij water versneld aan het slib werd onttrokken via greppels. Het slib kon zo sneller rijpen en in volume afnemen. Het probleem was echter dat het slib gedurende het proces niet betreedbaar was, wat ook het aanleggen van drainage onmogelijk maakte. Daarop werd de amphirol ontwikkeld: een machine, voorzien van twee ronddraaiende, sigaarvormige holle cilinders die zorgden voor zowel draagkracht als voortstuwing. De machine liet een dubbel spoor ondiepe greppels in het slib achter, die zorgde voor de versnelde wateronttrekking, rijping en inkrimping. Deze bewerking werd enkele malen herhaald totdat de greppels konden worden verdiept met behulp van een discuswiel. Klaar voor de volgende lading ‘vers’ slib.