Automatisering

Inhoud:

De eerste automatisering bij Heidemij

Het Rekencentrum (RAET)

RAET na 1970

Technische automatisering

De zeventiger jaren

Auteur Fred de Waard

 

De eerste automatisering bij Heidemij

De EERSTE AUTOMATISERING bij de Heidemij begon al kort na de oorlog met het inzetten van moderne kantoormachines. In 1946 voorzag de president-directuer van de Heidemij, ir C. Staf, grote problemen op het administratief gebied. Door de groei in personeel, met name tijdelijk personeel, dat in de winter via de werkverschaffing bij de Heidemij werkte, raakte de administratie van de Heidemij in grote problemen. In de winter werkten wel 25.000 en in de zomer 13.000 arbeiders. Slechts 2300 mensen waren in vaste dienst, de rest werd per project aangesteld. Een van de redenen voor de groei van de administratie was dat de Heidemij voorschotten ontving van de D.U.W. Al deze voorschotten dienden verantwoord te worden met gespecificeerde declaraties. Daar kwam nog bij, dat de administratie van de Heidemij zeer arbeidsintensief was. Overal in het land werden de administraties in de bouwketen bijgehouden. Het administratieve werk groeide harder dan de cultuurtechnische. In 1946 stelde ir STAF de heer Reenalda aan om de administratie te moderniseren. Reenalda startte met het mechaniseren van de nota-administratie. Door te administreren op ponskaarten (http://www.museumwaalsdorp.nl/computer/ponskaart.html) werd veel dubbel werk afgeschaft. De Heidemij richtte de afdeling Mechanische Administratie op, die de ponskaartenmachines beheerde. Na het stroomlijnen van de nota-administratie was de loonadministratie aan de beurt. Tot 1957 vond het bijhouden van de loonadministratie met de hand plaats in de bouwketen bij de projecten. Elke week uitbetalen, dat wilde de vakbond.

Om de loonadministratie te moderniseren besloot de Heidemij in 1956 een computer te bestellen, een IBM650 (http://en.wikipedia.org/wiki/IBM_650). Na de bestelling van de IBM650 begon de voorbereiding op de automatisering van de LOONADMINISTRATIE. In Parijs was de automatisering van haar salaris-administratie een groot succes. De levering van de IBM650 zou anderhalf jaar zijn. De programma's werden intussen gemaakt en getest op een IBM650 in Stuttgart. Op 28 maart 1957 werd het "rekenwonder" feestelijk geinstalleerd. De EERSTE computer in Nederland bij de Heidemij. De automatisering van de loonadministratie verliep zonder veel problemen. Vanaf beginjaren '60 werden niet alleen de Heidemij-administraties op deze computer gedraaid, maar ook de administratie van de gemeente Arnhem. De Heidemij vervulde een pionierrol op het gebied van administratieve automatisering. Ir Staf had reeds vroeg in de gaten, dat er iets moest gebeuren en gaf hiervoor de ruimte. De organisatie "grond, groen en water" speelde een pioniersrol in de administratieve automatisering. Begin jaren '60 waagde de Heidemij zich bovendien aan de technische automatisering.

IBM 650, maart 1957 (Bron Fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij)

Terug

 

Het Rekencentrum (RAET)

Oprichting van het REKENCENTRUM in 1964. In 1964 besloot de directie een rekencentrum op te richten en tegelijkertijd een nieuwe computer te huren, een IBM360/30 voor een huurbedrag van hfl 800.000 per jaar. Dit geld kon terug verdiend worden door extra kostenbesparingen op de administratie en door meer voor derden te gaan werken. Het nieuw opgerichte rekencentrum diende een naam te krijgen. Er kwam een lijst van 10 namen, waaruit de directie kon kiezen. De naam Heidebrein haalde het niet, er werd gekozen voor Rekencentrum voor Techniek en Administratie van de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij. Deze naam werd weinig gebruikt. Door Roeleveld en collega's werd de afkorting RAET veelvuldig gebruikt en deze afkorting haalde het wel. In het Heidemij-verslag over 1965 stond toen ook al de naam RAET. In de uitnodiging voor de officiele opening op 30 september 1966 stond ook de naam RAET. Het RAET zat in het grondig verbouwde hoofdgebouw van de Heidemij, omdat dit de enige ruimte binnen de Heidemij was, waar de nieuwe IBM360 in paste.

Roeleveld en de intussen aangetreden Kremers brachten in oktober 1965 hun ideeen over de toekomstige organisatie van het rekencentrum naar buiten met de centrale boodschap van meer zelfstandigheid. Ir Staf betoogde dat het rekencentrum altijd een onderdeel van de Heidemij zou blijven, maar dat een zekere zelfstandigheid was gerechtvaardigd. Het rekencentrum werd echter toch op 1 januari 1970 een zelfstandige NV. In de vijf jaren , dat het rekencentrum een eigen afdeling was van de Heidemij verkreeg het een steeds zelfstandiger positie. De naam van het rekencentrum, het zoeken naar nieuwe markten, de discussie over het werken voor derden, de eigen salarisschalen en de status van de "computerjongens binnen de Heidemij", illustreren hoe RAET steeds meer haar eigen weg ging. Grote externe projecten waren eind 60, begin 70 jaren: ARTOL (Automatische Registratie van Topografie en Ondergrondse Leidingen); Isometrisch tekenen voor Shell, Matthwe Hall en Keynes; de Verenigde Land en Boekhoudburo's; Landbouwtelling Suriname; Regencijfers Thailand; Automatisering Shell pompstations.

Naast de organisatorische verandering , wilde RAET ook via het invoeren van een nieuwe programmeertaal meer structuur in het werk aanbrengen. Het Hoofd Programmering had besloten dat er in de toekomst alleen nog maar met de programmeertaal PL/I gewerkt mocht worden. Dit was de universele taal en kwam in plaats van COBOL, Fortran en alle andere talen, die nog gebruikt werden. Deze overstap mislukte. Er was een interne tegenstand maar ook een grote externe tegenstand en wel van een grote en belangrijke klant van RAET, de afdeling Administratieve Organisatie van de Heidemij.

Terug

 

RAET na 1970

In 1970 werd Albers aangetrokken als financieel-economisch directeur van RAET. Dat was een belangrijke stap. Albers had geen banden met de Heidemij en keek dus ook heel anders aan tegen deze moederorganisatie. Albers zorgde ervoor dat RAET op financieel-economisch gebied zelfstandig ging denken. Roeleveld was de bemoeizucht van de Heidemij op een gegeven moment zat en vertrok om zitting te nemen in de directie van DAF, als eindverantwoordelijke voor de automatisering. Als opvolger werd Matthes aangetrokken. RAET werd een groot softwarehuis in de jaren 70 en 80. RAET groeide schoksgewijs doordat het bedraf als eerste in Nederland automatiseringsafdelingen van grote bedrijven overnam (outsourcing). Matthes en Albers hebben bijna 20 jaar leiding gegeven aan RAET. Begin jaren '90 kocht Getronics RAET.

Terug

 

Technische automatisering

De nieuwe fase in de automatisering bij de Heidemij: TECHNISCHE AUTOMATISERING. In 1962 kocht de Heidemij een nieuwe computer, een IBM1620 (http://en.wikipedia.org/wiki/IBM_1620). De diverse administratieve programma's werden overgezet van de IBM650 naar de IBM1620. Deze conversie bevatte voor de afdeling Mechanische Administratie het optuigen van een grotere ploeg programmeurs, die zich nieuwe programmeertalen moesten eigen maken tw Sps en Fortran http://nl.wikipedia.org/wiki/Fortran. Ipv machine code kon nu in symbolische talen worden geprogrammeerd, een grote vooruitgang.

In 1961 kreeg ir J. Roeleveld opdracht een onderzoek te doen naar de automatisering van het niet administratieve werk bij de Heidemij. De Heidemij was op zoek naar mogelijkheden om het handwerk dat tijdens de voorbereiding van een cultuurtechnisch werk werd uitgevoerd, te mechaniseren of te automatiseren. Het maken van hoogtekaarten en bodemkaarten was bv erg arbeidsintensief. 90% van de kosten  van de voorbereiding waren loonkosten. Het verwerken van de meetgegevens van terreinprofielen bleek het meest in aanwerking te komen. Via het in het veld ingevulde marksensing kaarten werden op kantoor ponskaarten vervaardigd, waana een profiel berekend kon worden. Toen deze gegevens met een electronische tekenmachine getekend konden worden, vond een ware doorbraak plaats.

Deze tekenmachine, een CALCOMP, werd gekoppeld aan de IBM1620. Deze combinatie verwerkte de meetgegevens electronisch tot profielen; de computer tekende een dwarsprofiel in 20 seconden. Bij een volle dagbezetting deed de computer het werk van 30 tekenaars. In 1961 werden bijna 50.000 profielen opgemeten en getekend. Deze tekenmachine was een unicum en een primeur in Nederland, waarschijnlijk zelfs in Europa. In 1963 werd 70% van de computertijd besteed aan administratieve toepassingen voor eigen gebruik, 24% aan administratieve toepassingen voor derden en 6% aan technische toepassingen. In hetzelfde jaar kregen Roeleveld en Reenalda opdracht van de directie om een 5 jarenplan te schrijven voor de afdeling Mechanische Administratie. Beiden waren voorzichtig met de omzetverwachtingen van het werken voor derden. De directie echter kende deze reserves niet. Technisch directeur Sonneveld schreef, dat er haast gemaakt moest worden met het oprichten van een rekencentrum. De Grontmij, de grote concurrent, was een naam aan het opbouwen als expert op het gebied van rioleringsberekeningen. In januari 1964 besloot de directie om een rekencentrum in te stellen.

Ibm 1620, Calcomp 565, september 1963 (Bron Fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij)

Terug

 

De zeventiger jaren

De ZEVENTIGER JAREN: De opkomst van de minicomputer deed zijn intrede, waardoor het een voudiger was de afdelingen en werkmaatschappijen van de Heidemij te voorzien van adequate informatie stystemen. Als eerste werd een proefproject opgestart: doorbelasting van de fotokosten van de fotoafdeling en de lichtdrukken van de lichtdrukkerijen op een Datapoint 2200 (http://en.wikipedia.org/wiki/Datapoint_2200). Bijna parallel hieraan werd de invoer en controle van de inkomende facturen (CCA) geautomatiseerd op een Datapoint2200 met 5 werkstations (een unicum in West Europa).

Door een link van de Heidemij met de Universiteit Wageningen werd de "beerenadministratie" voor de studentenvereniging Ceres geautomatiseerd. Intussen bleek een krachtigere minicomputer de Datapoint5500 beschikbaar. Binnen de afdeling AIV (Automatisering en Informatie Voorziening) onstond een aparte sectie: decentrale toepassingen.

De directie van Euroconsult verzocht de directie van de Heidemij om een investeringsbeslissing om een eigen administratie te mogen voeren ipv de WIV (Werken in Voorbereiding) op een Datapoint5500 met een aantal werkstations. Hierna volgde op hetzelfde platform van Datapoint de minicomputers voor Foreco, Handelsafdelingen en Pensioenfonds Heidemaatschappij. Een aantal centrale systemen bleef draaien op de computer van RAET, zoals de loonadministratie, de salaris administratie, De Kosten Administratie Werken(KAW, de Interne Verreken Administratie (IVA) de Centrale Debiteuren en CrediteurenAdministratie ( CDA en CCA), de Werken in Voorbereiding (WIV) etc.

Terug

 

Auteur Fred de Waard

Terug